belangrijkste grondslagen

De hierna uiteengezette grondslagen voor financiële verslaggeving zijn consistent toegepast voor alle gepresenteerde perioden in de jaarrekening.

immateriële vaste activa

Omvangrijke investeringen in software worden geactiveerd onder Immateriële vaste activa voor zover deze software wordt aangewend voor intern gebruik. Activering vindt dan pas plaats indien de software technisch en bedrijfseconomisch haalbaar is en voldoende middelen beschikbaar zijn om de ontwikkeling te voltooien. De uitgaven verbonden aan activiteiten in de onderzoeksfase worden direct ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. De uitgaven verbonden aan activiteiten in de ontwikkelingsfase worden geactiveerd. Uitgaven na eerste opname worden uitsluitend geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen die zijn besloten in het specifieke actief waarop zij betrekking hebben. Alle overige uitgaven worden als last in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer zij worden gedaan.

De afschrijvingstermijn voor software wordt per investering bepaald op basis van de verwachte economische levensduur. Vanaf het moment van ingebruikneming wordt de software volledig lineair afgeschreven over de vastgestelde afschrijvingstermijn. Tot het moment van ingebruikneming worden de uitgaven geactiveerd als nog te activeren immateriële vaste activa. De geschatte gemiddelde economische levensduur van de Immateriële vaste activa bedraagt drie jaar.

materiële vaste activa

Materiële vaste activa bestaan uit vliegtuigen en toebehoren, gebouwen en overige materiële vaste activa.
Vliegtuigen worden gewaardeerd tegen de aanschafprijs verminderd met lineaire afschrijvingen op basis van de geschatte economische levensduur en rekening houdend met de geschatte residuwaarde en bijzondere waardeverminderingen. In de aanschafprijs worden begrepen de aankoopkosten en de rentekosten van voorfinanciering. Materiële vaste activa die door middel van lease-overeenkomsten in economisch eigendom worden verkregen, worden eveneens onder dit hoofd opgenomen en worden gewaardeerd volgens dezelfde grondslag. De geschatte economische levensduur van de vliegtuigen is vastgesteld op 20 jaar en de restwaarde is bepaald op nihil.
Uitgaven voor groot onderhoud van vliegtuigen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de geschatte periode tot en met het volgende gelijksoortige groot onderhoud.
Uitgaven voor belangrijke vernieuwingen en verbeteringen worden geactiveerd en over de economische levensduur afgeschreven, met een maximum van de resterende economische levensduur van het desbetreffende vliegtuig. Een uitzondering hierop vormen onderdelen van motoren met een beperkte levensduur met betrekking tot vliegtuigen in juridisch eigendom of door middel van lease-overeenkomsten in economisch eigendom verkregen. Deze onderdelen worden op basis van het werkelijke gebruik afgeschreven.
De geschatte economische levensduur van de gebouwen is vastgesteld op 33 jaar en de restwaarde is bepaald op nihil.

Overige materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de aanschafprijs verminderd met lineaire afschrijvingen op basis van de geschatte economische levensduur en rekening houdend met de geschatte residuwaarde. De materiële vaste activa in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa zijn in de balans opgenomen voor de betaalde termijnen, verhoogd met bijkomende kosten. Wanneer materiële vaste activa bestaan uit onderdelen met een ongelijke gebruiksduur, worden deze als afzonderlijke posten onder de Materiële vaste activa opgenomen. Uitgaven na eerste opname worden uitsluitend geactiveerd wanneer hierdoor de toekomstige economische voordelen toenemen die zijn besloten in het specifieke actief waarop zij betrekking hebben. Alle overige uitgaven worden als last in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer zij worden gedaan.
De geschatte gemiddelde economische levensduur van de Overige materiële vaste activa bedraagt drie jaar.

geassocieerde deelnemingen

Geassocieerde deelnemingen zijn die entiteiten waarin Transavia invloed van betekenis heeft maar geen beslissende zeggenschap heeft op het zakelijke en financiële beleid. Geassocieerde deelnemingen worden op basis van de 'equity methode' verantwoord en worden bij eerste opname gewaardeerd tegen kostprijs.
Wanneer het aandeel van Transavia in de eventuele verliezen van een geassocieerde deelneming de boekwaarde overtreft, wordt de boekwaarde afgeboekt tot nihil en worden geen verdere verliezen meer verantwoord, behalve voor zover Transavia een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht namens een geassocieerde deelneming.

niet-afgeleide financiële instrumenten

Niet-afgeleide financiële instrumenten omvatten investeringen in overige beleggingen, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en kasequivalenten, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige kortlopende verplichtingen. Niet-afgeleide financiële instrumenten worden bij eerste opname verwerkt tegen reële waarde plus, voor instrumenten die niet gewaardeerd zijn tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst- en verliesrekening, eventuele direct toerekenbare transactiekosten. Na eerste opname worden niet-afgeleide financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

beleggingen
De Beleggingen, welke aangehouden worden tot het einde van de looptijd, worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode onder aftrek van nodig geachte waardeverminderingen.

geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit kas- en banksaldi en direct opvraagbare deposito's. Rekening-courantkredieten die direct opeisbaar zijn en die een integraal deel vormen van het middelenbeheer van de Groep, maken in het kasstroomoverzicht deel uit van geldmiddelen en kasequivalenten.

leningen en overige financieringsverplichtingen
Leningen en overige financieringsverplichtingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Het binnen één jaar vervallende gedeelte van de langlopende leningen wordt onder Kortlopende verplichtingen opgenomen.
De over de toekomstige jaren aan het resultaat toe te rekenen voordelen uit hoofde van vliegtuigfinancieringen worden ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht overeenkomstig de afschrijvings- of leaseperiode van het actief waarmee zij verband houden.

overige niet-afgeleide financiële instrumenten
Overige niet-afgeleide financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode onder aftrek van nodige geachte waardeverminderingen.

afgeleide financiële instrumenten

Transavia maakt gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten) om prijs- en valutarisico's af te dekken die voortvloeien uit bedrijfs-, financierings- en investeringsactiviteiten. In overeenstemming met het financiële risicobeleid houdt de onderneming geen derivaten aan voor handelsdoeleinden en geeft deze ook niet uit. Afgeleide financiële instrumenten worden zowel bij de eerste opname als daarna gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waardewijzigingen van het afgeleide financiële instrument worden onmiddellijk in de winst- en verliesrekening verantwoord tenzij het instrument is toegewezen aan een kasstroomafdekking.

hedge accounting

Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een kasstroomafdekking worden rechtstreeks ten laste van het Kapitaal gebracht, voor zover de afdekking effectief is. Het niet-effectieve deel wordt direct in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Veranderingen in de reële waarde van een afgeleid afdekkingsinstrument dat is aangemerkt als een reële waarde afdekking, worden onmiddellijk in het resultaat verantwoord samen met de veranderingen in de reële waarde van het actief of passief waarop het afgeleid afdekkingsinstrument betrekking heeft.

Indien een afdekkingsinstrument niet langer voldoet aan de voorwaarden voor 'hedge accounting', afloopt of wordt verkocht, wordt de afdekking prospectief beëindigd. De cumulatieve winst of het cumulatieve verlies dat eerder in het Kapitaal was opgenomen, blijft onderdeel uitmaken van het Kapitaal totdat de verwachte transactie heeft plaatsgevonden. Als het afdekkingsinstrument een niet-financieel actief betreft, wordt het onder het Kapitaal opgenomen bedrag overgeboekt naar de boekwaarde van het actief wanneer dit wordt verantwoord. In andere gevallen wordt het onder het Kapitaal opgenomen bedrag overgeboekt naar de winst- en verliesrekening in dezelfde periode waarin het afdekkingsinstrument van invloed is op de winst- en verliesrekening.

leasing

Leasecontracten worden geclassificeerd als financiële lease als Transavia feitelijk nagenoeg alle risico's en voordelen van eigendom heeft. Door financiële lease verworven Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de laagste van de reële waarde en de contante waarde van het minimum aantal verplichte leasebetalingen bij aanvang van de lease, onder aftrek van lineaire afschrijvingen overeenkomstig de geschatte verwachte gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

Operationele leases zijn leases waarvan de geleasde activa niet in de balans worden opgenomen.
Operationele leasekosten worden lineair over de leaseperiode in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Indien een 'sale and lease back' transactie leidt tot een operationele lease wordt het resultaat van de transactie verwerkt in de winst- en verliesrekening als de transactie tegen reële waarde is afgesloten. Als de transactie onder de reële waarde is afgesloten wordt eveneens het resultaat in de winst- en verliesrekening opgenomen. Indien een verlies uit de transactie wordt gecompenseerd door toekomstige leasebetalingen die lager zijn dan vergelijkbare marktprijzen, wordt het verlies ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht overeenkomstig de leaseperiode van het actief waarmee zij verband houdt. Mocht de transactie boven de reële waarde uitkomen dan wordt het verschil tussen de opbrengstwaarde en de reële waarde ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht overeenkomstig de leaseperiode van het actief waarmee zij verband houdt.

voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of tegen netto-opbrengstwaarde indien deze lager is. De kostprijs is gebaseerd op de gemiddelde aanschafwaarde en omvat de uitgaven gedaan bij verwerving van de voorraden en het naar de bestaande locatie brengen en in de bestaande toestand brengen daarvan. De netto-opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfsvoering, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing en de verkoopkosten.

bijzondere waardeverminderingen

financiële activa
Op iedere verslagdatum wordt van een financieel actief beoordeeld of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief is onderhevig aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat één of meerdere gebeurtenissen een negatief effect hebben gehad op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een op geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente.
Belangrijke financiële activa worden individueel op bijzondere waardevermindering getoetst. De overige financiële activa worden ondergebracht in groepen met vergelijkbare kredietrisicokenmerken en collectief beoordeeld.

Alle bijzondere waardeverminderingsverliezen worden als last in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de terugname objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan nadat dit bijzondere waardeverminderingsverlies werd genomen. Bij financiële activa die tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd, komt de terugname ten gunste van de winst- en verliesrekening.

niet-financiële activa
De boekwaarde van de niet-financiële activa wordt per iedere verslagdatum opnieuw bezien om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief.
Voor een actief of een kasstroomgenererende eenheid is de realiseerbare waarde gelijk aan de hoogte van de bedrijfswaarde of de reële waarde minus verkoopkosten. Bij het bepalen van de bedrijfswaarde wordt de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen berekend met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van zowel de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld als van de specifieke risico's met betrekking tot het actief.

Voor de toetsing op bijzondere waardeverminderingen worden activa samengevoegd in de kleinste te onderscheiden groep activa die uit voortgaand gebruik kasstromen genereert die in grote lijnen onafhankelijk zijn van andere activa en groepen (de "kasstroomgenererende eenheid"). Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen indien de boekwaarde van een actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Voor activa worden in voorgaande perioden opgenomen bijzondere waardeverminderingsverliezen bij elke verslagdatum beoordeeld op indicaties dat het verlies is afgenomen of niet langer bestaat. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen als de schattingen zijn veranderd aan de hand waarvan de realiseerbare waarde was bepaald. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt uitsluitend teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of amortisatie, die zou zijn bepaald als geen bijzonder waardeverminderingsverlies was opgenomen.

personeelsbeloningen

De Personeelsbeloningen hebben betrekking op verplichtingen die samenhangen met verscheidene door de onderneming aan haar werknemers aangeboden pensioen- en non-activiteitsregelingen en overige langetermijn-personeelsbeloningen. De pensioenregelingen betreffen deels toegezegde-bijdrage regelingen en deels toegezegd-pensioen regelingen. De non-activiteitsregelingen betreffen toegezegd-pensioen regelingen. De uitvoering van de pensioenregelingen is volledig ondergebracht in drie van Transavia afgezonderde pensioenfondsen. De non-activiteitsregelingen worden door Transavia in eigen beheer uitgevoerd. De overige langetermijn-personeelsbeloningen betreffen jubileumregelingen.

toegezegde-bijdrage regelingen
Transavia kent een toegezegde-bijdrage regeling voor het cabinepersoneel en het grondpersoneel. Kenmerkend voor een toegezegde-bijdrage regeling is dat de werkgever geen in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om meer aan het pensioenfonds te betalen dan de overeengekomen vaste premie. Het actuariële en beleggingsrisico vallen ten laste van de werknemer. De voor deze regelingen verschuldigde bijdragen worden als last in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarop deze betrekking hebben.

toegezegd-pensioen regelingen
Transavia kent een toegezegd-pensioen regeling voor het cockpitpersoneel. Een toegezegd-pensioenregeling is een regeling waarbij aan de werknemer een pensioen wordt toegezegd, waarvan de hoogte afhankelijk is van salaris en dienstjaren. De netto verplichting uit hoofde van deze regeling wordt afzonderlijk berekend als het verschil tussen de contante waarde van de aan verleden diensttijd toerekenbare pensioenaanspraken en de waarde van de voor deze regeling gesepareerde beleggingen. De waarde van de pensioenaanspraken wordt bepaald op basis van een disconteringsvoet die gelijk is aan het rendement per balansdatum van obligaties met een waardering van de kredietwaardigheid van AA waarvan de looptijd de termijn van de verplichtingen benadert. De berekening wordt uitgevoerd door een erkende actuaris volgens de 'projected unit credit' methode. Verplichte bijdragen in de pensioenregeling door medewerkers worden in mindering gebracht op de contante waarde van de pensioenlasten.
Wanneer de pensioenaanspraken uit hoofde van de regeling worden verbeterd, wordt de wijziging van de waarde van de aan verleden diensttijd toerekenbare pensioenaanspraken lineair als last in de winst- en verliesrekening opgenomen over de gemiddelde periode totdat de pensioenaanspraken onvoorwaardelijk worden. Voor zover de aanspraken onmiddellijk onvoorwaardelijk worden, wordt de last onmiddellijk in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Actuariële winsten en verliezen die gedurende het jaar ontstaan worden niet in aanmerking genomen, tenzij het totaal van de nog niet in aanmerking genomen actuariële resultaten méér bedraagt dan 10% van de contante waarde van de aan verleden diensttijd toerekenbare pensioenaanspraken, danwel 10% van de reële waarde van de fondsbeleggingen indien deze hoger is (de zogenaamde 'corridor'). Bij overschrijding van de corridor wordt het meerdere gedeeld door de verwachte gemiddelde resterende diensttijd van de actieve werknemers. De uitkomst hiervan wordt in het volgende verslagjaar verwerkt in het resultaat.
Onder de toegezegd-pensioen regelingen zijn tevens regelingen inzake (gedeeltelijk) vervroegde uittreding opgenomen.

overige langetermijn-personeelsbeloningen
Overige langetermijn-personeelsbeloningen hebben betrekking op de netto verplichting voortkomend uit jubileumregelingen. Deze aanspraken worden gedisconteerd om de contante waarde te bepalen. De disconteringsvoet is het rendement per verslagdatum van obligaties met een waardering van de kredietwaardigheid van AA waarvan de looptijd de termijn van de verplichtingen van de groep benadert. De berekening wordt uitgevoerd door een erkende actuaris volgens de 'projected unit credit'-methode. Eventuele actuariële winsten of verliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen in de periode waarin deze zich voordoen.

overige voorzieningen
De Overige voorzieningen zijn feitelijke in rechte afdwingbare verplichtingen voortvloeiend uit een gebeurtenis uit het verleden, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting. Het betreft hier een voorziening voor herstructurering. Deze wordt opgenomen wanneer Transavia een gedetailleerd en geformaliseerd herstructureringsplan heeft goedgekeurd en een begin is gemaakt met de herstructurering of deze publiekelijk bekend is gemaakt. Er wordt geen voorziening getroffen voor toekomstige bedrijfslasten.

opbrengsten

De opbrengsten hebben betrekking op in het boekjaar verrichte vervoersprestaties en verkopen van vlucht- en reisgerelateerde producten en diensten. De opbrengst uit luchtvervoer wordt opgenomen tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van eventuele kortingen. De opbrengsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen op het moment dat de vervoersprestatie geleverd is en de omvang van de opbrengsten betrouwbaar kan worden bepaald. Er worden geen opbrengsten opgenomen indien er belangrijke onzekerheden bestaan ter zake van het innen van de verschuldigde vergoeding, de hiermee verband houdende kosten of eventueel retour te betalen vergoedingen. De opbrengst uit verkopen van vlucht- en reisgerelateerde producten en diensten wordt genomen zodra de goederen en diensten zijn geleverd. Transavia segmenteert de opbrengsten naar de belangrijkste verkoopkanalen, zijnde Business to Business, Business to Consumer en overige activiteiten. De overige activiteiten betreffen voornamelijk de opbrengsten van vlucht- en reisgerelateerde producten en diensten en opbrengsten uit hoofde van lease-out activiteiten.

bedrijfskosten

De bedrijfskosten worden verantwoord over de periode waarop zij betrekking hebben.

leasebetalingen

Betalingen uit hoofde van operationele lease-overeenkomsten worden lineair over de betreffende periode in de winst- en verliesrekening opgenomen. De minimale leasebetalingen uit hoofde van een financiële lease worden deels als financieringskosten opgenomen en deels als aflossing van de uitstaande verplichting. De financieringskosten worden zodanig aan iedere periode van de totale leasetermijn toegerekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over het resterende saldo van de verplichting.

financieringsbaten- en lasten

De financieringsbaten omvatten de rentebaten op geïnvesteerde gelden, veranderingen in de reële waarde van op basis van de reële waarde in de winst- en verliesrekening opgenomen financiële activa, winsten op afdekkingsinstrumenten die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen en geamortiseerde financieringsvoordelen. Rentebaten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naarmate deze opbouwen, door middel van de effectieve rentemethode.

Financieringslasten omvatten de rentelasten op opgenomen en uitstaande gelden, de oprenting van voorzieningen, bijzondere waardeverminderingsverliezen op financiële activa en verliezen op afdekkingsinstrumenten die in de winst- en verliesrekening worden opgenomen. Kosten die verband houden met financieringstransacties worden eveneens onder de financieringslasten verantwoord. Alle financieringskosten worden met behulp van de effectieve rentemethode in de winst- en verliesrekening opgenomen.
Valutakoerswinsten en -verliezen worden gerapporteerd op gesaldeerde basis.

bijdrage vennootschapsbelasting

Op grond van de rechtsvorm is het resultaat van de vennootschap niet onderhevig aan vennootschapsbelasting bij de vennootschap zelf. De vennootschap draagt ten laste van het resultaat bij aan de te betalen vennootschapsbelasting van de vennoten. Deze bijdrage is berekend op basis van het gemiddelde nominale tarief dat geldt over het verslagjaar.

kasstroomoverzicht

Ter bepaling van de kasstroom uit operationele activiteiten wordt de indirecte methode gehanteerd.
Dit houdt in dat het gerapporteerde netto resultaat wordt aangepast voor posten in de winst- en verliesrekening en mutaties in de balans die niet tot een kasstroom hebben geleid.

nog niet toegepaste nieuwe standaarden en interpretaties

Een aantal, voor Transavia relevante, nieuwe standaarden, wijzigingen op standaarden en interpretaties is in 2008/2009 nog niet van kracht en is derhalve niet toegepast op deze jaarrekening:

  • In de herziene versie van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening (2007) wordt de term 'total comprehensive income' (totaalresultaat) geïntroduceerd, dat wil zeggen alle wijzigingen in het eigen vermogen met uitzondering van de wijzigingen uit hoofde van transacties met eigenaars in hun hoedanigheid als eigenaars. Dat totaalresultaat kan hetzij in één overzicht van het totaalresultaat (waarin feitelijk de winst- en verliesrekening wordt gecombineerd in één overzicht met alle niet met de eigenaar samenhangende mutaties in het eigen vermogen), hetzij in een winst- en verliesrekening in combinatie met een apart overzicht van het totaalresultaat worden gepresenteerd. De herziene versie van IAS 1 wordt in 2009 verplicht van toepassing.
  • In de herziene versie van IAS 23 Financieringskosten verdwijnt de bestaande keuzemogelijkheid om financieringskosten onmiddellijk als last te verantwoorden of te activeren. Volgens de herziene voorschriften dient een entiteit de financieringskosten die direct toerekenbaar zijn aan de acquisitie, constructie of productie van een in aanmerking komend actief te activeren als onderdeel van de kosten van dat actief. De herziene versie van IAS 23 wordt in 2009 verplicht van toepassing.
  • In de gewijzigde versie van IAS 27 De geconsolideerde jaarrekening en de enkelvoudige jaarrekening (2008) wordt bepaald dat wijzigingen in het eigendomsbelang van een entiteit in een dochteronderneming, bij behoud van zeggenschap, worden verantwoord als een aandelentransactie. Wanneer een entiteit niet langer zeggenschap over een dochteronderneming heeft, wordt een eventueel resterend belang in de voormalige dochteronderneming tegen reële waarde gewaardeerd, waarbij de daaruit voortvloeiende winsten of verliezen in de winst- en verliesrekening worden opgenomen. De wijzigingen in IAS 27 wordt in 2010 verplicht van toepassing.
  • IFRS 8 Operationele segmenten introduceert voor de rapportage op basis van segmenten de zogeheten 'managementbenadering'. Onder IFRS 8, die in 2009 verplicht van toepassing wordt op de geconsolideerde jaarrekening van de entiteit, is een andere presentatie en toelichting vereist van gesegmenteerde informatie, op basis van interne rapportages die op regelmatige basis door de belangrijkste operationele besluitvormende functionaris van de groep (de 'Chief Operating Decision Maker') worden gebruikt om de ontwikkeling van elk segment te beoordelen en middelen toe te kennen.
Naar verwachting zullen de nieuwe standaarden en interpretaties geen of beperkte invloed hebben op de jaarrekening van Transavia.

bepaling reële waarde

Een aantal grondslagen en de informatieverschaffing vereisen de bepaling van de reële waarde van zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Voor waarderings- en informatieverschaffingsdoeleinden is de reële waarde op basis van de volgende methoden bepaald. Indien van toepassing wordt nadere informatie over de uitgangspunten voor de bepaling van de reële waarde vermeld bij het onderdeel van deze toelichting dat specifiek op het betreffende actief of de betreffende verplichting van toepassing is.

De reële waarde van financiële activa en passiva met een looptijd korter dan één jaar worden geschat tegen de contante waarde van de toekomstige kasstromen, die op hun beurt worden gedisconteerd tegen de marktrente per verslagdatum. Onder de looptijd korter dan één jaar vallen de handels- en overige schulden, geldmiddelen en kasequivalenten en de kortlopende schulden.

derivaten

De reële waarde van valutatermijncontracten is gebaseerd op de genoteerde marktprijs, indien voorhanden. Indien geen genoteerde marktprijs beschikbaar is, wordt de reële waarde geschat door het verschil tussen de contractuele en de actuele termijnprijs voor de resterende looptijd contant te maken op basis van een risicovrije rentevoet (ontleend aan staatsobligaties).
Voor de bepaling van de reële waarde van fuelprijscontracten worden opgaven van brandstofleveranciers gehanteerd. Deze opgaven worden op redelijkheid gecontroleerd met behulp van technieken die gebaseerd zijn op contant gemaakte kasstromen op basis van de voorwaarden en de looptijden van het contract en met gebruikmaking van de marktrente voor een vergelijkbaar instrument per waarderingsdatum.

niet-afgeleide financiële verplichtingen

De reële waarde van niet-afgeleide financiële verplichtingen wordt bepaald in het kader van de informatieverschaffing en berekend op basis van de contante waarde van toekomstige aflossingen en rentebetalingen, gedisconteerd tegen de voor de betreffende looptijd geldende risicovrije rentevoet vermeerderd met de actuele kredietrisico-opslag. Voor financiële leases wordt de marktrente bepaald aan de hand van vergelijkbare lease-overeenkomsten.